We lezen ze, we schrijven ze zelf, sommigen storen zich eraan als ze er eentje tegenkomen en anderen merken ze al helemaal niet op We hebben het hier over stijlfiguren uiteraard! Mmm… heb je dat woord precies eens heel vroeger opgepikt tijdens je studies? Zonder twijfel. Maar wat zijn ze, hoe herken je ze en wanneer gebruik je ze? Gitage zet de meest voorkomende even op een rij. Veel plezier met onze stijlfiguren top tien!

 

Stijlfiguur 1 – De alliteratie

Een alliteratie is het stijlfiguur, waarbij twee opeenvolgende woorden beginnen met dezelfde klank. Veel Suske en Wiske albumtitels staan hiervoor bekend!

Voorbeeld: machtige man, De Snorrende Snor

Een alliteratie hoeft echter niet altijd in twee opeenvolgende woorden voor te komen, maar kan ook in een enkel woord.

Voorbeeld: droomdorp

 

Stijlfiguur 2 – Het chiasme

Komen dezelfde woorden tweemaal terug in een zin, dan kan een chiasme ervoor zorgen dat deze beter klinkt. Eenvoudig gezegd is een chiasme een spiegel van twee identieke zinsdelen.

Voorbeeld: Wat verdiend is, is verdiend

 

Stijlfiguur 3 – De tautologie

Bij een tautologie versterk je je boodschap. De volledige betekenis van een woord laat je namelijk terugkeren of herhalen in het daaropvolgende woord.

Voorbeeld: eeuwig en altijd, zeuren en zaniken, vast en zeker, in vuur en vlam

 

Stijlfiguur 4 – Het pleonasme

Het pleonasme wordt vaak verward met de tautologie. Bij een pleonasme wordt echter maar een gedeelte herhaald in het volgende woord.

Voorbeeld: witte sneeuw, groen gras

De betekenis is met andere woorden slechts een kenmerk van het woord dat volgt. Sneeuw is wit, maar sneeuw is nog veel meer dan dat, net zoals gras veel meer dan groen is.

Andere voorbeelden: heet vuur, ronde cirkel

 

Stijlfiguur 5 – Het prolepsis

Met een prolepsis plaats je het zinsgedeelte dat je wilt laten opvallen vooraan. Naargelang met welk woord je de zin opent, verander je ook de nadruk van de onderdelen ervan.

Voorbeeld: Sofie zette de bloemen in de vaas (nadruk op de persoon)

 

Stijlfiguur 6 – De personificatie

In een personificatie geef je menselijke eigenschappen aan een object. Een zielloos voorwerp krijgt met andere woorden een menselijk karakter.

Voorbeeld: kerst komt er weer aan, de verkoopcijfers sukkelen al een tijdje, de wind huilt

Kerstmis heeft geen voeten en kan niet stappen, maar we begrijpen allemaal wat het betekent, net zoals we begrijpen dat verkoopcijfers niet echt kunnen sukkelen en de wind niet echt kan huilen.

 

Stijlfiguur 7 – De hypallage

Bij een hypallage plaats je twee woorden bij elkaar, die eigenlijk niet bij elkaar horen (altijd een adjectief en een substantief). Ze zijn zo sterk ingeburgerd in onze taal, dat we ze meestal niet meer opmerken.

Voorbeeld: een lekkere kom soep

De kom is niet lekker, maar wel de soep!

 

Stijlfiguur 8 – De litotes

Zeg je het tegenovergestelde van iets om er een nadruk op te leggen, dan gebruik je de stijlfiguur litotes. Deze gebruik je voornamelijk als je je standpunt niet al te opvallend wilt vertellen en het dus voorzichtig wilt formuleren.

Voorbeeld: dat is niet ondenkbaar

 

Stijlfiguur 9 – De pars pro toto

Vertaald uit het Latijn, betekent het ‘deel voor geheel’. Je noemt met andere woorden een gedeelte van het geheel dat je werkelijk bedoelt.

Voorbeeld: de meester telt de koppen in de bus

Hij telt natuurlijk niet alleen de hoofden – het deel – maar de mensen – het geheel – die bij de hoofden horen.

 

Stijlfiguur 10 – De totum pro parte

Deze laatste stijlfiguur is het tegenovergestelde van de pars pro toto en betekent ‘geheel voor deel’. Je noemt dus het geheel in plaats van het gedeelte dat je werkelijk bedoelt.

Voorbeeld: België versloeg Frankrijk met 2-0, Sofie pompt haar fiets op

Het zijn natuurlijk de spelers die elkaar versloegen en niet de landen. En Sofie pompt natuurlijk alleen maar de banden op en niet haar hele fiets.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *