Onlangs reed ik door de Merksemse straten en belandde ik in de Bredabaan, voor velen beter gekend als de winkelstraat ter plaatse. En terwijl ik met mijn autootje aan het aanmodderen was achter een file van tientallen andere auto’s, had ik tijd zat om de reclame- en uithangborden rondom me heen te lezen. En wat ik toen las, ging zelfs het petje van mijn “vrije” vocabulaire te boven.

Van wasserette tot brillen aan 50% en…

…kapsalon. Een winkelstraat puilt uit van de speciaalzaken. In het Merksemse straatbeeld – en het straatbeeld van in feite om het even welke stad – zijn de fastfoodketens tegenwoordig the king of horeca en zijn woorden als burgers, pita, shoarma, döner kebab, falafel en gyros niet meer weg te denken. Draaien we ons hoofd dan zien we ze wel ergens staan.

Toen ik ze dus die bewuste dag zag, dacht ik bij mezelf: “mmm, dat zou me eigenlijk wel nog eens smaken” en dacht ik er niet verder bij na, totdat ik het woordje kapsalon zag opduiken in datzelfde rijtje. De volgende gedachte was dan ook: “Euh, wablief?” En wat deed ik hierna: de zaak met mijn ogen afspeuren op een kapstoel en een spiegel. Niets te vinden.

Verbeelding volledig op hol

En dan komt er al snel een andere mmm aanzetten, ditmaal niet eentje van goesting, maar eentje die mijn wenkbrauwen doen fronsen, want wat doet dat kapsalon woord daar in godsnaam op hun uithangbord? De vermelding van zowel chicken als kip zie ik nog door de vingers, maar die van kapsalon wil ik echt wel uitgedokterd zien.

En dat is het moment dat mijn verbeelding helemaal op hol slaat. In mijn stad – Antwerpen – bestaan er wassalons waar een hapje kan worden gegeten in het gezelschap van een – zoals het hoort – trendy sapje of smoothie, maar behoort een kapsalon waar je spareribs kan eten ook onder deze noemer? Tja, als ik erover ga nadenken, dan kan het misschien wel een topformule zijn. De haartjes laten knippen, een hoofdmassage krijgen en tegelijkertijd een goede, vettige dürum binnensmikkelen: dat lijkt me stiekem wel wat!

Mijn dagdroom doorprikt

Na de file te hebben overleefd en een dik uur later om ocharme tien kilometer te overbruggen, vraag ik het aan onze goede vriend Google en wat blijkt? Dat kapsalon een soort snack is. En weg was mijn droom. En mijn droom blijkt ook nog stom te zijn, want de snack wordt al sinds 2003 geserveerd.

En alsof dat nog niet alles is, gaat kapsalon ook nog eens gepaard met het lidwoord de in plaats van het, zoals ik het al heel mijn leven heb gekend. Zeggen we namelijk niet allemaal “ik ga naar het kapsalon”? Dubbele frustratie dus, want weg is mijn droom en hups mijn spellingswereldje wordt geterroriseerd. Of… eten we ooit toch nog eens de kapsalon in het kapsalon?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *