Een tekst is vaak heel onleesbaar. Er wordt beroep gedaan op te moeilijke woorden om geleerd en professioneel te klinken en er worden ellendig lange zinnen geformuleerd. Na een tijdje weten we al niet meer waarover het precies ging en geven we het gewoon op. Wil je weten hoe het wel moet en wil je je eigen lezers niet lastigvallen met dergelijke valkuilen? Lees dan hieronder onze rechttoe rechtaan tips.

Tip 1 – Krachtige vraagjes

Lange zinnen? Vermijd ze sowieso. Een must is echter ook om eens een korte vraag in te lassen. Waarom dan? Om een monotone tekst te creëren en de aandacht van je lezer te wekken.

Tip 2 – Werkwoordloze zinnen

Denk je dat je altijd een werkwoord nodig hebt in een zin? Net niet. Een zin zonder werkwoord – of zoals dat weleens wordt genoemd: een elliptische zin – mag ook weleens aan bod komen, want het zet je aan tot verder lezen. Precies zoals deze. Niet?

Tip 3 – Who needs rules?

Op school heb je ongetwijfeld de regels der Nederlandse taal geleerd. En je wilde ze waarschijnlijk maar al te graag aan je laars lappen, maar je deed het niet voor het welzijn van je cijfer. Wel, nu is het moment aangebroken dat het wél mag. Zo mag je het woordje ‘en’ bijvoorbeeld wél gebruiken aan het begin van een zin. En zo mag ook ‘dag meneer’ in plaats van het ouderwetse “geachte” als opener van een brief of e-mail.

Tip 4 – Verleid je publiek

Het is gemakkelijk om een heel blad vol te leuteren. De kunst zit hem in een gepaste lengte. Een alinea is gemiddeld vijf zinnen kort. We zeggen hier expres kort, want hoe korter je alinea is, hoe gemakkelijk hij leest en hoe eenvoudiger het wordt om je hele tekst te volgen en te begrijpen. Met een maximum van zeven zinnen zit je goed voor een geslaagde alinea. Met inbegrip van een eventueel tussenkopje erboven om je lezer te verleiden.

Tip 5 – Kort en bondig

Ga met korte en eenvoudige zinnen aan de slag. Het bespaart jou als schrijver tijd en pijnlijke polsen. Voor je lezer zorgt het voor een maximum aan leesplezier en -gemak. En vergeet niet: lange en moeilijke zinnen zijn allesbehalve impressionant… ze irriteren alleen maar.

Tip 6 – White beauty

Wit is mooi; dat moet je onthouden als je een tekst schrijft. Zorg met andere woorden voor genoeg witruimte. Het laat je tekst ademen en geeft je lezer de kans om tussendoor te pauzeren. Een alinea geschreven? Wit. De volgende alinea geschreven? Nog eens wit.

Tip 7 – Vraag en aanbod

Deze is heel vanzelfsprekend, maar toch wordt hij vaak vergeten. De regel is heel simpel: vervang het als- en danprincipe door de vraag- en aanbodconstructie. Dus niet ‘Als u vandaag bestelt, dan leveren wij morgen’, maar ‘Bestelt u vandaag? Dan leveren wij morgen.’ Veel actiever, veel vlotter.

Tip 8 – Verklaar de oorlog aan ‘kunnen’

Schrijf je een commerciële tekst? Dan zijn hulpwerkwoorden uit den boze. Waarom? Omdat ze je woorden en boodschap ontkrachten. Laat ze liever achterwege en ga voor een andere woordkeuze of zinsconstructie.

Tip 9 – Spreek- versus schrijftaal

Een veelvoorkomend voorbeeld: getallen. ‘Tijdelijke promo voor slechts € 20,00!’ Mmm, we weten niet hoe jij erover denkt, maar wij hebben in ieder geval nog nooit horen zeggen ‘Wauw, dat kost slechts twintig komma nul nul euro!’. Schrijf daarom ‘Tijdelijke promo voor slechts twintig euro!’.

Tip 10 – Doe de hardop test

Is je tekst klaar, dan is het tijd voor het moment van de waarheid: test je tekst. Druk hem af en lees hem hardop. Struikel je ergens over je woorden, hap je op een bepaalde plaats naar adem of klinkt het ergens onnatuurlijk? Dan is dat je teken om je tekst daar aan te passen. Want heb jij er problemen mee, dan ook je lezer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *